2026-01-13
Biologische veiligheidskabinetten (BSK's) dienen als de eerste en meest kritieke verdedigingslinie in de laboratoriumveiligheid. Het kiezen van het verkeerde model verspilt niet alleen middelen, maar kan ook ernstige verborgen veiligheidsrisico's creëren. Een veelgemaakte fout in veel laboratoria is het selecteren van een kabinet op basis van „ervaring” of budget alleen, terwijl het meest fundamentele principe wordt over het hoofd gezien:
Het type experiment bepaalt het vereiste niveau van biologische veiligheidsbescherming.
Deze gids biedt een duidelijk, praktisch selectiekader om ervoor te zorgen dat uw keuze wetenschappelijk, compliant en veilig is.
Dit is de basis van alle selectiebeslissingen. Laboratoria moeten het biologische veiligheidsniveau (BSL) van de betrokken micro-organismen nauwkeurig beoordelen.
Betreft micro-organismen waarvan niet bekend is dat ze consequent ziekten veroorzaken bij gezonde volwassenen (bijv. Bacillus subtilis).
Deze experimenten hebben over het algemeen lagere insluitingsvereisten, maar vereisen nog steeds preventie van kruisbesmetting.
Het meest voorkomende niveau in klinische, onderwijs- en onderzoekslaboratoria.
Betreft pathogenen met een matig risico, zoals influenzavirussen, Staphylococcus aureus, en hepatitisvirussen, die infectie kunnen veroorzaken via aerosolen, slijmvliezen of een beschadigde huid.
Betreft hoogrisicopathogenen die via aerosolen kunnen worden overgedragen en ernstige of mogelijk fatale ziekten kunnen veroorzaken, zoals Mycobacterium tuberculosis en SARS-gerelateerde coronavirussen.
Dit niveau vereist de hoogste mate van insluiting en bescherming.
Biologische veiligheidskabinetten worden over het algemeen ingedeeld in Klasse I, Klasse II en Klasse III, waarbij Klasse II verder is onderverdeeld in meerdere subtypes.
Hun belangrijkste verschillen liggen in luchtstroompatronen, beschermingsdoelen en toepasselijke gebruiksscenario's.
Beschermingsbereik: Beschermt alleen personeel en het milieu; beschermt het monster niet.
Luchtstroomprincipe: Kamerlucht wordt door de opening aan de voorkant aangezogen en via een HEPA-filter afgevoerd.
Toepasselijk gebruik: Geschikt voor BSL-1- en BSL-2-activiteiten waarbij geen vluchtige giftige chemicaliën of radionucliden betrokken zijn en geen productbescherming vereist is (bijv. afvalverwerking, bacteriële uitstrijkjes).
(Meest gebruikt – subtype selectie is cruciaal)
Gemeenschappelijke kenmerken:
Biedt bescherming voor personeel, milieu en monsters. Verticale laminaire neerwaartse stroming minimaliseert kruisbesmetting binnen het kabinet.
Ongeveer 70% van de lucht wordt HEPA-gefilterd en gerecirculeerd, terwijl 30% wordt afgevoerd.
Toepasselijk gebruik: De meeste BSL-1- en BSL-2-microbiologische werkzaamheden. Maakt beperkt gebruik van vluchtige giftige chemicaliën of radioactieve tracers mogelijk.
100% van de lucht wordt HEPA-gefilterd en naar buiten afgevoerd zonder interne recirculatie.
Toepasselijk gebruik: BSL-1- en BSL-2-werkzaamheden waarbij aanzienlijke hoeveelheden vluchtige giftige chemicaliën of radionucliden betrokken zijn.
Sterk aanbevolen voor bereiding van cytotoxische geneesmiddelen.
Beschermingsbereik: Biedt het hoogste niveau van insluiting met volledige isolatie van personeel en omgeving.
Luchtstroomprincipe: Volledig afgesloten, onder negatieve druk bediend; alle toevoer- en afvoerlucht gaat door dubbele HEPA-filtratie.
Toepasselijk gebruik: Specifiek ontworpen voor BSL-3- en BSL-4-werkzaamheden waarbij de hoogste risicopathogenen betrokken zijn.
| Experimentele inhoud | Aanbevolen BSL | Aanbevolen BSK-type | Belangrijkste overwegingen |
|---|---|---|---|
| Niet-pathogene of bekende onschadelijke micro-organismen | BSL-1 | Klasse I, Klasse II A2 | Is monsterbescherming vereist? |
| Veelvoorkomende pathogenen (bacteriën, virussen), celkweek, klinische monsters | BSL-2 | Klasse II A2 (mainstream keuze) | Zijn vluchtige stoffen betrokken? |
| Spoorhoeveelheden vluchtige giftige chemicaliën of radioactieve tracers | BSL-2 | Klasse II A2 | Zorg ervoor dat het uitlaatsysteem correct functioneert |
| Aanzienlijke vluchtige giftige chemicaliën, radionucliden, bereiding van cytotoxische geneesmiddelen | BSL-2 | Klasse II B2 (externe afvoer vereist) | Gekwalificeerd gebouwuitlaatsysteem vereist |
| Zeer gevaarlijke via aerosolen overdraagbare pathogenen | BSL-3 of hoger | Klasse III | Volledige PBM en gespecialiseerd laboratoriumontwerp vereist |
Meet de laboratoriumdeuren, gangen en liften om ervoor te zorgen dat het kabinet kan worden getransporteerd en geïnstalleerd.
Zorg voor minstens 300 mm speling rond het kabinet voor onderhoud en een goede luchtstroom.
Klasse II B2- en Klasse III-kasten moeten worden aangesloten op het gebouwuitlaatsysteem.
De haalbaarheid moet vóór de installatie worden bevestigd met technische teams.
Zorg ervoor dat het kabinet een geldige certificering van derden heeft, zoals NSF/ANSI 49 of EN 12469, en dat jaarlijkse prestatietests worden uitgevoerd.
Overweeg de hoogte van de ruit, armleuningen, interne stopcontacten, UV-lampen, alarmsystemen en andere functies die het comfort en de veiligheid van de operator verbeteren.
Zal de onderzoeksrichting van het laboratorium veranderen?
Het selecteren van een kabinet met matige functionele redundantie kan op de lange termijn meer waarde bieden.
Definieer experimenteel risico → Bepaal biologisch veiligheidsniveau → Match het type kernkabinet (met speciale aandacht voor Klasse II-subtypen) → Evalueer installatieomstandigheden en extra functies → Selecteer gecertificeerde apparatuur en plan routineonderhoud.
Onthoud: een biologisch veiligheidskabinet is geen gewoon laboratoriummeubel—het is een levensbelangrijk veiligheidsapparaat.
Het strikt naleven van het principe dat “experimenttype het biologische veiligheidsniveau bepaalt, en het biologische veiligheidsniveau het kabinettype bepaalt” is de eerste stap naar een veilige, conforme en verantwoorde investering.